‘Stabiele koers varen sleutel tot optimale waterbalans’

Richard van der Stoep en Remy Maat over watergeven in de praktijk

De waterbalans is één van de drie pijlers onder het Plant Empowerment-concept en speelt een cruciale rol bij het in balans houden van de plant. Daar is teeltmanager Richard van der Stoep van het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk zich terdege van bewust. Samen met Saint-Gobain Cultilene zet hij wat dit betreft continu de puntjes op de i. Stabiliteit is hierbij het credo. “Als je extreme dingen gaat doen in de teelt, krijg je extreme reacties.” 

Richard van der Stoep windt er geen doekjes om: een optimale waterbalans is van essentieel belang voor een optimale plantgroei. “De waterbalans – dit is de balans tussen de opname van water en de verdamping – is namelijk heel belangrijk voor de bouw van nieuwe cellen. Met de opname van water neemt de plant ook voeding en elementen op, wat bepalend is voor de groei en ontwikkeling. Veel teeltproblemen zijn terug te herleiden naar een te beperkte opname van water en daarmee van voedingsstoffen.”

De waterbalans is volgens Van der Stoep onlosmakelijk verbonden met de energie- en assimilatenbalans. “Als er bijvoorbeeld geen sprake is van energietoevoer richting de plant, vindt er geen verdamping plaats en neemt de plant dus ook geen water op. En wanneer de plant waterstress heeft – omdat er te weinig water beschikbaar is of de EC te hoog is- en er veel energie wordt aangevoerd, zal hij zijn huidmondjes gaan sluiten. Met gesloten huidmondjes neemt de plant minder CO2 op en vermindert de fotosynthese. Kortom: de water-, energie- en assimilatenbalans grijpen heel sterk op elkaar in. Het zijn drie onmisbare radartjes in het realiseren van een optimale plantbalans en -groei.”

 Constante sturing
Van der Stoep is actief bezig met het optimaliseren van de waterbalans. Onder meer in de onderzoekskas, waar vanuit het programma Kas als Energiebron wordt gekeken naar de mogelijkheden voor een fossielvrije tomatenteelt. De betreffende afdeling omvat 1000 m2 Merlice-tomaten op steenwol. Bij het realiseren van een optimale waterbalans werkt de teeltmanager nauw samen met Cultilene, dat het substraat, CARA MET sensoren én kennis inbrengt. “We telen op Exact Air-matten, met drie planten en zes draingaten per mat. Wat watergeefstrategie betreft sturen we op de resultaten van onze matsensoren en op de Aquabalance van Hoogendoorn. Dit sensorsysteem brengt het netto gewicht van de substraatmatten in beeld en geeft daarmee dus ook inzicht in de verdamping”, zegt Van der Stoep.

De teeltmanager hanteert in de onderzoekskas een daglengte van achttien uur. Om middernacht gaan de lampen aan. “We sturen dan naar een intering van tien procent, zodat er in ieder geval voldoende zuurstof in het substraat en bij de wortels zit. Dit interingspercentage, dat gelieerd is aan het verzadingspunt van de mat, wordt meestal na 3,5 tot 4,5 uur nadat de lampen aan zijn bereikt. De Aquabalance bepaalt wat het juiste moment is om de eerste beurt te geven. Met behulp van dit systeem waarborg je dus de juiste intering; de ondergrens staat vast en je voorkomt dat de matten te droog worden. Ofwel: er is sprake van een constante sturing. Gemiddeld geven we tot zonsopkomst drie à vier kleinere beurten.”

Cumulatieve drain
Vanaf zonsopkomst wordt in drie tot vier beurten naar drain c.q. het verzadigingspunt van de mat toegewerkt. Dit punt verschilt per dag en hangt onder meer af van de raamstand, buisvraag, et cetera. “De Aquabalance bepaalt hoe we het beste naar dit verzadingspunt kunnen toewerken. In de praktijk betekent dit dat de frequentie van watergeven wordt opgevoerd. In deze tijd van het jaar is het verzadingspunt rond 11.00 uur ’s ochtends bereikt.”

Vanaf het moment dat het verzadigingspunt is aangetikt, streeft Van der Stoep ernaar om per beurt zestig procent drain te realiseren. “De tijd tussen de beurten hangt af van de intering die we tussen de beurten willen en daarmee van de verdamping. Maar we houden altijd vast aan ongeveer zestig procent drain per beurt. In principe komen we iedere dag cumulatief uit op 25 procent drain.”

Remy Maat, Manager Application bij Cultilene, benadrukt dat 25 procent cumulatieve drain in deze specifieke situatie een goede streefwaarde is. “Wanneer we hierop sturen, blijven alle parameters in de mat in deze kas nagenoeg gelijk. Ook de EC houd je op die manier goed onder controle.”

Warmte ‘oogsten’
In de onderzoekskas wordt volgens Van der Stoep relatief veel water gegeven: de gemiddelde beurtgrootte ligt tussen de 25 en 30 cc per liter steenwol per druppelaar. Dit is in deze kas de ideale hoeveelheid water om een juiste kegelgrootte te realiseren waardoor de verversing van de mat optimaal is. Eén van de doelstellingen is om fossielvrij te telen. Om die reden is de kas namelijk voorzien van een actief ontvochtingssysteem. “Hiermee ‘oogsten’ we latente warmte uit de kaslucht, die we hergebruiken. Het lijkt erop dat de plant – doordat we actief ontvochtigen – extra vocht gaat produceren en we daardoor meer water moeten geven. Daar staat tegenover dat we energie besparen. Per saldo boeken we dus duurzaamheidswinst.”

Jojo-effect
Volgens Van der Stoep werpt de geschetste strategie zijn vruchten af. “Het gewas staat op dit moment mooi in balans. De kop staat voldoende krachtig, de tros is sterk en buigt mooi af en ook de zetting verloopt goed.”

Zowel de teeltmanager als Maat benadrukken het belang van een uniforme beurtgrootte; te veel variatie is niet wenselijk. “We houden de beurten zo stabiel mogelijk, om ook de EC stabiel en onder controle te houden”, zegt Van der Stoep. “Ga je spelen met je beurtgrootte, waar veel telers toe geneigd zijn, dan kan je een jojo-effect krijgen qua EC. En dat zie je terug in je substraat, en uiteindelijk ook in je groei. Onze EC is heel stabiel, en dat vertaalt zich in een constante groei en ontwikkeling.”

Maat bevestigt dat: “Hoe meer stabiliteit en regelmaat je realiseert, hoe prettiger dat is voor de plant en voor de teelt. Als je extreme dingen gaat doen in de teelt, krijg je extreme reacties. En die zijn meestal negatief; dat wil je vanzelfsprekend niet. Met een stabiele beurtgrootte en -frequentie houd je de EC onder controle en biedt je de plant aan wat hij nodig heeft onder alle omstandigheden. Ook realiseer je een goed bereik in de mat. Dat zien we ook hier bij het Delphy Improvement Centre: de wortelverdeling door de mat is goed. Daarnaast helpt het om cumulatieve drain constant te houden; in dit geval op 25 procent. Drain is nodig maar geen streven op zich. Het helpt om de omstandigheden in de mat te controleren en te monitoren. Zoals gezegd: als we hierop in de kas sturen weet je zeker dat de omstandigheden in de mat – en dus ook de EC – constant blijven. Het is in het begin altijd wel even puzzelen waar het kantelpunt ligt, welk cumulatief drainpercentage je kan gebruiken om regelmaat te creëren. En wat qua beurtgrootte en -frequentie de juiste strategie is om dit te realiseren. Als je deze hebt gevonden, kan je sturen naar wat de plant nodig heeft.” Moet de EC bijvoorbeeld omhoog dan kan je de waterstrategie aanpassen om de EC te verhogen.

Dat wordt onderstreept door Van der Stoep: “Een stabiele koers varen; daarin schuilt het geheim van een optimale waterbalans. En die draagt zoals gezegd ook bij aan een goede energie- en assimilatenbalans, en daarmee aan een juiste plantbalans en dus een optimale gewasgroei.”

 Een optimale waterbalans: tip van Remy Maat
“Om te komen tot een optimale waterbalans moet je in de eerste plaats weten waar je staat. Daarom zijn sensormetingen in de mat van cruciaal belang. Niet één keer per dag, maar continu op verschillende plaatsen in de kas. Op deze manier kun je voortdurend de vinger aan de pols houden voor wat betreft watergehalte, EC en temperatuur. Zo kun je op de momenten dat de plant het echt nodig heeft de juiste acties ondernemen. Ofwel: je voorspelt wat er gaat gebeuren, en anticipeert daarop. Zo zorg je dat je op koers blijft, en niet achteraf hoeft te corrigeren.”

Blijf op de hoogte

Nieuwsbrief